Archiefsite van bredeschool.org — content tot ca. 2016.Alle PDF’s downloaden
Pagina

Kansen creëren in de vrije tijd

In dit deel gaan we in op het creëren van kansen in de vrije tijd. Heel wat Brede Scholen zetten immers in op het creëren van een vrijetijdsaanbod en het toegankelijk maken ervan.

Armoede is echter ook een probleem van gebrekkige verdeling van maatschappelijke hulpbronnen, wat zich onder meer uit in gebrekkige toegang tot cultuur, sport, jeugdwerk, … Net als het onderwijs is het vrijetijdsaanbod in onze samenleving grotendeels afgestemd op de leefwijze en – stijl van de brede middenklasse. Dat maakt het aanbod weinig toegankelijk- in meerdere betekenissen- voor personen die in armoede leven. (p.2  in bron)

Vrije tijd is tijd die vrij te besteden is, zonder verplichtingen, tijd die je helemaal zelf kan invullen. Vrije tijd associëren we ook met de mogelijkheid om dan te doen wat je zelf graag doet, zoals het beoefenen van een hobby, wandelen, lezen, … . Meire (bron) verwijst naar van der Poel, die aangeeft dat autonomie centraal staat in de ‘vrije tijd’ van kinderen, waardoor vrije tijd gezien zou kunnen worden als tijd waarover je niet ter verantwoording geroepen wordt of kan worden. Maar tegelijkertijd is er heel wat vrije tijd die georganiseerd wordt, waardoor de vrije tijd in zeker mate een verplichte tijd is. Vrije tijd, binnen Brede Scholen, situeert zich in dit spanningsveld.

Recht op vrije tijd

Artikel 31 van het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind (bron) gaat in op het recht van kinderen op rust en vrije tijd, op deelneming aan spel en recreatieve bezigheden passend bij de leeftijd van het kind en op vrije deelneming aan  het culturele en artistieke leven.

Artikel 31

De Staten die partij zijn, erkennen het recht van het kind op rust en vrije tijd, op deelneming aan spel en recreatieve bezigheden passend bij de leeftijd van het kind, en op vrije deelneming aan het culturele en artistieke leven. De Staten die partij zijn, eerbiedigen het recht van het kind volledig deel te nemen aan het culturele en artistieke leven, bevorderen de verwezenlijking van dit recht, en stimuleren het bieden van passende en voor ieder gelijke kansen op culturele, artistieke en recreatieve bezigheden en vrijetijdsbesteding.

In het “algemeen commentaar” (general comment) nummer 17 (bron) werd het artikel 31 verder uitgewerkt, met aandacht voor het recht van kinderen op tijd en ruimte en kansen waarover ze zelf actief of passief beschikken en zonder externe verplichtingen en participatie. Er worden ook linken gelegd met andere delen van het verdrag zoals non-discriminatie en het recht om gehoord te worden.

Evenwicht in de vrije tijd

Brede Scholen zetten vaak in op het creëren van een aanbod, het creëren van extra kansen voor kinderen en jongeren om in de vrije tijd deel te nemen aan sport-, muziek-, creatieve en andere activiteiten. Talentontwikkeling staat daarbij centraal. Tegelijkertijd moet het evenwicht bewaard worden, want het ‘volplannen’ van agenda’s van kinderen en jongeren, het verplichten tot,  gaat het doel voorbij en negeert de autonomie van kinderen om ‘vrije’ tijd zelf echt in te vullen.

Vrijetijdsparticipatie als middel voor andere doelen?

Meer en meer wordt vrijetijdsparticipatie ingezet om andere doelen te bereiken, zoals het ontwikkelen van taalvaardigheid, preventief werken, bevorderen sociale cohesie … Maar, wat niet uit het oog mag verloren worden is de nood/wens van kinderen, jongeren en hun ouders zelf. Het is daarnaast belangrijk de waarde van activiteiten als sport, muziek, beeldend werken op zich te zien, los van de koppeling aan een ander doel.

Het is aannemelijk dat eenzelfde instrumentele activeringsreflex dominant is bij het uittekenen van een beleid ter verhoging van de vrijetijdsparticipatie van kinderen in armoede. Bedoelen we hier het realiseren van een grotere gelijkheid in de mogelijkheden om de vrije tijd vorm te geven of richten we ons in eerste instantie op een externe finaliteit: preventie van ontwikkelingsstoornissen, bevorderen van sociale cohesie, taalondersteuning, …? De inbreng van externe finaliteiten sluit niet per definitie uit dat kinderen en hun ouders hefbomen vinden in het aanbod om hun situatie te veranderen. (p.8. in bron)

Onderzoek naar Brede Scholen geeft trouwens aan dat doelen van Brede Scholen goed aan acties gekoppeld moeten worden. De link tussen bijvoorbeeld sporten in de vrije tijd en betere schoolresultaten is niet zomaar te leggen (bron).