Inzetten op vrije tijd: aandachtspunten bij de organisatie
Brede Scholen zetten vaak in op het verbreden van de leer- en leefomgeving. Het toegankelijk maken van het aanbod, het creëren van nieuwe mogelijkheden staat daarin centraal. We gaan hier in op verschillende wijzen waarop dat gedaan wordt. Elke werkwijze heeft zijn eigenheid en tegelijkertijd ook aandachtspunten.
Binnen/buiten de school(m)uren
Brede Scholen zetten in op het maximaliseren van ontwikkelingskansen van kinderen en jongeren in de vrije tijd en op school. Wanneer ingezet wordt op vrije tijd in Brede Scholen, gebeurt dit zowel tijdens als na de schooluren, als binnen en buiten de schoolmuren.
In volgende figuur vatten we het samen: vrijetijdsactiviteiten georganiseerd binnen of buiten schoolmuren en binnen of buiten schooluren. Het vertrekpunt is ‘de school’, waar alle kinderen en jongeren zich bevinden en waar ze veel tijd doorbrengen.
Let wel: dit wil niet betekenen dat de leerkrachten dit organiseren of verantwoordelijk zijn, de school wordt hier beschouwd als plek waar kinderen en jongeren heel wat tijd doorbrengen, waar kinderen en jongeren te vinden zijn (als vertrekpunt) en als een locatie met heel wat ruimte en mogelijkheden.
| Tijdstip/Locatie | Binnen de schoolmuren | Buiten de schoolmuren |
|---|---|---|
| Tijdens de schooluren | ||
| Na de schooluren |
Binnen of buiten de schoolmuren?
Binnen de schoolmuren activiteiten organiseren, heeft als voordeel dat kinderen en jongeren zich al bevinden en vertrouwd zijn met de locatie. Verder is er -vooral in steden- vaak een tekort aan infrastructuur. Schoolgebouwen en de aanwezige infrastructuur (speelplaats, sporthal, lokalen, …), kunnen optimaler benut worden na de schooluren en in vakanties (voor het delen van infrastructuur: zie infofiche).
Ook op vlak van toegankelijkheid heeft het organiseren van vrijetijd op school een voordeel: ouders of kinderen en jongeren zelf hoeven zich niet te verplaatsen na schooltijd. De bereikbaarheid van activiteiten is dan beter. In een Brussels onderzoek naar vrijetijdsparticipatie van kinderen en jongeren in armoede (bron) geeft aan dat het organiseren van activiteiten aansluitend op de schooluren, op school een antwoord biedt op de beperkte mobiliteit van heel wat ouders. Activiteiten die maar een uurtje duren en waarvoor ouders, met verschillende kinderen, een grote afstand voor moeten overbruggen, zijn niet echt toegankelijk.
Anderzijds heeft het ook een nadeel: kinderen en jongeren brengen al veel tijd door op school, binnen de schoolmuren.
Uit het tijdbelevingsonderzoek bij kinderen van 5 Brede Scholen (bron) blijkt dat kinderen de schoollocatie op zich niet ervaren als een probleem. Op het grasplein op school spelen, of een speelpleinwerking in het weekend in de schoolgebouwen doet kinderen helemaal niet aan school denken. Het al dan niet ervaren van vrije tijd binnen de schoolmuren heeft vooral te maken met de soort activiteit, de begeleiding en de aanpak. Als kinderen ervaren dat er op een schoolse sfeer, discipline en schoolse regels gewerkt wordt in de vrije tijd, ervaren ze dat niet echt als vrije tijd.
Om de leef- en leerwereld van kinderen en jongeren echt te verbreden is het belangrijk om ook aandacht te hebben aan mogelijkheden rond de school/buurt. Dit kan vanuit de school als locatie gebeuren.
In een bevraging van jongeren geraakt door armoede, door UNICEF (bron) blijkt dat jongeren aangeven dat in hun buurt, de wijk waar ze wonen, gewerkt zou moeten worden aan het aanbod van activiteiten voor jongeren: groene ruimtes, speelpleinen, parken, sportzalen, buurtpleinen, … Een aantal jongeren geeft daarbij aan dat hun buurt erop vooruit zou gaan als er meer activiteiten georganiseerd zouden worden zodat ‘jongeren minder op straat zijn’ en ‘zich minder zouden vervelen’. Inspraak is daarbij belangrijk: jongeren willen deelnemen en deel uitmaken van het leven in de buurt, hen raadplegen is belangrijk. In de bevraging geven jongeren aan dat ze weinig tijd hebben voor vrijetijdsbezigheden, de tijd die ze hebben na school en het gezin, besteden ze aan vrienden en de vriendengroep. De georganiseerde vrijetijdsbesteding lijkt niet echt aan hen besteed, de voorkeur gaat uit naar zelforganisatie en inspiratie van het ogenblik. Een jongerenwerking sluit daarbij aan: een plek waar ze vrij, los van bemoeienissen van ouders of al te controlerende begeleiders, uitgenodigd worden om deel te nemen aan diverse activiteiten en waar ze met steun van hun vrienden en begeleiders tijd kunnen doorbrengen. Plezier, zich goed voelen, staat daarbij centraal en biedt een alternatief voor rond te hangen op straat.
Tijdens of na de schooluren?
In heel wat aanbod zien we dat hier een onderscheid wordt gemaakt: tijdens of na de schooluren. Maar ook hier is veel variatie mogelijk: activiteiten worden soms aangeboden tijdens het reguliere programma (tijdens de lesuren), maar het kan ook in de (middag)pauzes en speeltijden. Daarnaast zetten heel wat Brede Scholen een aanbod op na de schooluren (vaak aansluitend bij de schooluren).
Kinderen en jongeren geven in de impactbevraging van de proefprojecten (2006-2009) (bron) aan dat de activiteiten die georganiseerd worden ook een effect hebben op de school (geliefd zijn in de buurt, verruiming van de schoolvisie, levendigheid van de buurt). Verder willen ze graag meer sport, meer keuze en meer activiteiten na school. In het tijdsbelevingsonderzoek (bron) zeggen kinderen dat ze graag activiteiten over de middag en na school hebben. Zeker middagactiviteiten maken dat alle kinderen die op school blijven eraan kunnen deelnemen en zo gebeurt er nog eens iets leuks op school. Anderzijds is het doorbrengen van grote delen van hun vrije tijd op school ook niet iets wat hen aanspreekt, het benutten van vele verschillende omgevingen is voor hen belangrijk.
Brede Scholen die echt werken aan het creëren van een brede leer- en leefomgeving, hebben daar ook aandacht voor tijdens de schooluren, om daar infunctie van eindtermen en ontwikkelingsdoelen gebruik te maken van de mogelijklheden van de omgeving, in te zetten op breed leren (in realistische leercontexten), aandacht te hebben voor de brede ontwikkeling van kinderen en jongeren. Het gaat dus niet enkel over vrije tijd waaraan aandacht besteed wordt tijdens de schooluren.
Hoe wordt ingezet op het vrijetijdsaanbod?
Daarnaast zijn er tal van keuzes die gemaakt worden, verschillende aspecten waar je best rekening houdt. We gaan hierop in en geven telkens aandachtspunten weer bij de organisatie van (toeleiding naar) het vrijetijdsaanbod.
|
Wie staat in voor de begeleiding?
Zijn het de leerkrachten of externe partners (vb. jeugdwerk, sociaal-artistiek, crea-ateliers) die de activiteiten begeleiden?
In de impactbevraging van de proefprojecten Brede School (2006-2009) (bron) geven tien coördinatoren aan dat door de Brede School de bredere leerling in het vizier komt: leerkrachten leren leerlingen op een andere manier kennen, zien andere talenten en dit door samen te werken met externen. Ook in het secundair onderwijs geven vier van de vijf coördinatoren aan dat jongeren zich meer bewegen in de ‘echte wereld’ en dat door de ondersteuning van externen ook hierdoor de leerling breder gezien wordt.
Wie activiteiten begeleidt is voor kinderen en jongeren zelf ook belangrijk. In het tijdsbelevingsonderzoek in 5 Brede Scholen (bron) werd in focusgesprekken gevraagd aan kinderen hoe ze de begeleiders ervan waarderen. Uit de bevraging blijkt dat het afhangt van persoon tot persoon. Wanneer leerkrachten activiteiten in de vrije tijd begeleiden, is het voor kinderen belangrijk dat de leerkrachten op een andere manier omgaan met kinderen en dus niet de ‘schoolse’ leerkracht zijn, maar losser, in een andere sfeer de activiteiten begeleiden.
Verplicht-vrije keuze
Een ander aspect van het aanbod heeft te maken met of kinderen en jongeren verplicht moeten deelnemen of het een vrije keuze is. Uit tijdbelevingsonderzoek en bevragingen van kinderen en jongeren blijkt dat het kunnen zelf kiezen welke activiteiten en wanneer enorm gewaardeerd wordt. Kinderen en jongeren willen graag zelf inspraak in het aanbod: wat ze doen en ook of ze al dan niet deelnemen. Belangrijk hierbij is ervoor te zorgen dat kinderen en jongeren echt zelf kunnen kiezen. Als ze ervoor kiezen om niet deel te nemen, moet dat hun eigen keuze zijn en niet een keuze bepaald door drempels (zoals het financiële plaatje van het aanbod of de afstand) waarmee ze geconfronteerd worden.
Op voorhand plannen – ad hoc deelnemen
Wanneer activiteiten georganiseerd worden door Brede Scholen stellen we vast dat er verschillende werkwijzen zijn. Soms worden kinderen gevraagd om op voorhand in te schrijven, voor andere activiteiten werkt men met een open aanbod, waar kinderen ad hoc aan kunnen deelnemen.
Allebei de werkwijzen hebben voor – en nadelen. Als kinderen op voorhand moeten inschrijven, loop je het gevaar dat je bepaalde kinderen niet bereikt. Maar, daardoor heb je als organisator wel een goed zicht op het aantal deelnemers en kan je met de kinderen een traject doorlopen. Wanneer een aanbod inspeelt op kinderen die “komen binnenwaaien” is het moeilijker om op voorhand goed in te schatten wie komt. Dan is het belangrijk om het aanbod goed te duiden en zichtbaar te maken en ervoor te zorgen dat kinderen opnieuw komen.
Een voorbeeld: De circusplaneet in de Groene Vallei (Gent, ism Brede School Brugse Poort).
Een aantal Brede Scholen zetten, vaak in de zomermaanden, in op het vindplaatsgericht werken. In plaats van kinderen en jongeren op te wachten op locatie (waar activiteiten georganiseerd worden), trekt men bijvoorbeeld naar speelpleinen in de buurt, plekken waar kinderen en jongeren vertoeven, of gaan op bezoek bij hen thuis. In de tekst van Erik Castermans vind je een overzicht van mogelijkheden.
Eindtermen - kernaspecten
Wordt er een link gelegd met de eindtermen en/of met de kernaspecten van maximale ontwikkelingskansen (zie referentiekader Brede School).
In het referentiekader Brede School zijn vijf kernaspecten van maximale ontwikkeling gedefinieerd: Gezondheid, veiligheid, maatschappelijke participatie, talentontwikkeling & plezier en voorbereiding op de toekomst. Heel wat organisaties vinden hierin doelen terug waaraan ze aan werken, voor scholen zijn dat bijvoorbeeld de eindtermen. Wanneer het over vrijetijdsbesteding gaat, wordt er op verschillende terreinen gewerkt. Zo ontdekken kinderen door bijvoorbeeld deel te nemen aan crea-ateliers talenten op vlak van beeldende werken, maar leren ze ook samenwerken met andere kinderen, ontdekken ze kunstenaars, … Belangrijk bij het organiseren van de vrije tijd is niet vergeten dat het plezier enorm belangrijk is. Wanneer vrije tijd helemaal en ingevuld wordt voor kinderen en jongeren om bijvoorbeeld talig sterker te worden, loopt men het gevaar dat de vrije tijd geïnstrumentaliseerd wordt en ingezet wordt om andere doelen te realiseren. Een evenwicht daarin vinden is noodzakelijk. Participatie van kinderen en jongeren zelf is daarom belangrijk.
Autonomie van kinderen voor het invullen van de vrije tijd is belangrijk. Sommige kinderen willen graag recreatief sporten en bijvoorbeeld gewoon wat ‘sjotten’ met vrienden, terwijl andere kinderen nood hebben aan een echte club, met trainingen en wedstrijden (bron).
Voor welke kinderen/jongeren wordt het aangeboden?
Voor kinderen en jongeren van de school (per klas of over klassen heen); voor kinderen en jongeren van verschillende scholen samen; voor kinderen en jongeren uit de buurt; …
Bij het organiseren van activiteiten is het doelpubliek gevarieerd: kinderen en jongeren van één school, van één klas of over klassen heen. Of worden kinderen en jongeren van verschillende scholen betrokken in de activiteiten, staat het aanbod op één school voor jongeren uit de buurt open of organiseert de Brede School voor de hele buurt activiteiten … Tal van mogelijkheden.
Uit de bevraging van 35 kinderen en jongeren uit enkele proefprojecten (2006-2009) blijkt dat kinderen en jongeren graag meer activiteiten hebben met leerlingen uit verschillende leerjaren (bron).
In het kader van sociale cohesie wordt in Brede School Essegem (Bres), een Brede School die sinds 2012 ondersteund wordt vanuit de VGC, ingezet op activiteiten over drie scholen uit de buurt heen. Kinderen (telkens uit hetzelfde leerjaar) leren elkaar zo beter kennen, maken nieuwe vriendjes met kinderen die vlakbij wonen.
Op welke wijze worden ouders/opvoeders geïnformeerd/betrokken?
Verschillende onderzoeken geven aan dat de samenwerking tussen school en andere partners vertrouwen biedt voor ouders (bron, bron, bron). Bij het organiseren van activiteiten in de vrije tijd is het van belang om ouders goed te informeren: op een expliciete manier uitleg te geven over de werking, transparant te zijn over de kosten, verbonden aan de activiteiten, te duiden waarom vrijetijdsactiviteiten leuk/nuttig/interessant kunnen zijn voor hun kinderen.
Gratis/betalend?
Brede Scholen zetten vaak in op een laagdrempelig vrijetijdsaanbod voor kinderen en jongeren. Het financiële aspect is daarbij van belang. Bij de organisatie van de activiteiten wordt best nagedacht over de kostprijs:
- Gratis deelname (met vb. drankje inbegrepen of moet dat meegebracht worden of wordt er gratis water voorzien)
- Kleine bijdrage (waarom beperkte bijdrage: symbolisch of om bepaalde kosten te dekken, wordt dit zo gecommuniceerd?)
- Verschillende financiële bijdrage afhankelijk van bepaalde factoren en/of gebruik makend van bestaande subsidies voor gezinnen (is het duidelijk waar gezinnen beroep op kunnen doen/hoe formulieren ingevuld moeten worden/wie er recht op heeft/…)
- De gehele kostprijs met mogelijkheid tot afbetaling of alternatieven …
Doorstroom naar reguliere aanbod
Heel wat Brede Scholen willen doorstroom verzorgen naar het reguliere aanbod. Dit is niet evident. Verschillende factoren spelen daarbij een rol. Uit het tijdsbelevingsonderzoek (bron) blijkt dat kinderen aangeven dat er toch een verschil is tussen kennismaking met het aanbod (bijvoorbeeld de tapas in V-tex) en echt in een sportclub. Bij kennismaking is het meer vrijblijvend en een lossere sfeer, wanneer kinderen dan naar een echte training gaan zijn daar soms andere eisen en verwachtingen. Daarnaast blijkt het financiële soms een drempel te zijn. Verder hebben ouders vaak vertrouwen in de school en is het belangrijk om hen ook te laten kennismaken met de betrokken organisaties en begeleiders van het reguliere aanbod. Vertrouwen kan zo groeien.
Uit onderzoek (bron) blijkt dat het vrijetijdslandschap voor anderstalige nieuwkomers niet transparant genoeg is, informatie is versnipperd en niet laagdrempelig (vb. informatie over financiële en materiële implicaties maar mogelijkheden tot ondersteuning). Daarnaast zijn er foute verwachtingen, zowel bij de nieuwkomers als bij de vrijetijdsverstrekkers. Een analyse van de eigen toegankelijkheid per organisatie is belangrijk. In dit actieonderzoek werd door het Gentse team een brochure voor toeleiders ontwikkeld met een checklist bij de vijf B’s (bron).