Archiefsite van bredeschool.org — content tot ca. 2016.Alle PDF’s downloaden
Pagina

Effectiviteit en kwaliteit

Uit onderzoek naar effectiviteit en kwaliteit van Brede Scholen blijkt dat er grote verschillen zijn tussen Brede Scholen. Of Brede Scholen hun claim, namelijk ontwikkelingskansen maximaliseren, kunnen waarmaken hangt samen met de kwaliteit van processen die ze opzetten. Onderzoek geeft heel wat aandachtspunten en tips voor het voeren van een bredeschoolbeleid.
In het rapport (bron) van de landelijke effectmeting brede scholen in Nederland (2009-2013) worden praktische tips gegeven. We vullen deze tips aan met conclusies en aanbevelingen uit ander onderzoek.

Scherp de visie aan
Versterk de relatie tussen doelen en middelen
Programmeer flexibel en sluit aan bij noden, wensen en behoeften van kinderen, jongeren en hun ouders
Zorg voor kwaliteit
Stuur professionaliteit
Bewerkstellig een integrale aanpak
Bouw het aanbod uit
Bevorder deelname
Investeer in de organisatie
Een Brede School moet groeien


•    Scherp de visie aan

Belangrijk is als Brede school goed de eigen visie aan te scherpen. Wat wil de Brede School bereiken? Wat hebben kinderen en jongeren nodig en hoe kan de Brede School daarop inspelen? Wat is de focus van de Brede School? Wat zijn de verwachtingen? Wat wil men concreet bereiken?
In de impactbevraging (bron) geven bredeschoolcoördinatoren aan dat de Brede School een meerwaarde is voor visieontwikkeling. Door samen te werken, expliciteren organisaties hun visie over verschillende thema’s (bijvoorbeeld taalvaardigheid, leesvaardigheid, de aanpak van conflicten). Dit leidt ertoe dat inhouden beter uitgewerkt worden. Doordat neuzen in dezelfde richting (komen te) staan is het mogelijk om zaken sneller te bereiken en activiteiten op te zetten.

•    Versterk de relatie tussen doelen en middelen

Uit het Nederlands onderzoek blijkt dat scholen vaak een breed activiteitenaanbod opzetten, maar dat daarbij vaak de doelen uit het oog verloren worden. Om effectief te zijn is het van belang om activiteiten te programmeren die bij de doelen passen.De bevraging van de Vlaamse proefprojecten (bron) sluit hierbij aan in de aanbevelingen van het rapport. Het ontwikkelen van een lange termijnvisie, de vertaling ervan naar werkbare doelen op middellange en korte termijn en het formuleren van criteria om de werking aan af te toetsen, zijn nodig om een succesvolle werking op lange termijn uit te bouwen.

Sufficiently broad aims (p 7. in bron)
Although area-based initiatives try to marshal coherent efforts to tackle disadvantage, it is often challenging to bring together all the actors and institutions that serve an area. In practice, too many area-based initiatives concentrate their efforts too narrowly on schools. This means they can make little impression on area factors that are beyond the reach of the school.

Clarity of purpose and design
Some area-based initiatives lack clarity as to their purposes, or how they are going to achieve their desired outcomes. It is important to have a clear design which shows how an initiative’s actions will engage with local dynamics; the outcomes it hopes to achieve; and how, in practice, it will do this.


Dat betekent ook duidelijke keuzes maken. Verder stelt Kruiter (2013) vast dat er vaak vanuit gegaan wordt dat een ‘transfer’ van naschoolse activiteiten naar schoolse activiteiten zal plaatsvinden. Dit is evenwel niet zomaar het geval. Studulski (bron) formuleerde dit als volgt:

Als het doel is schoolprestaties te verbeteren, zijn extra schooluren of huiswerkklassen vereist. Een paar uur judoën of djembé spelen heeft – met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid – geen invloed op de schoolprestaties.”

We maken evenwel een kanttekening bij het inzetten van extra schooluren of huiswerkklassen: heel wat onderzoek geeft aan dat dat wat tijdens de schooluren gebeurt krachtiger gemaakt kan worden, wij stellen daarom het creëren van een brede leer- en leefomgeving op school en in de vrije tijd centraal in de Brede School. Wanneer Brede Scholen willen werken op leerprestaties van leerlingen, is het belangrijk dat ze werken aan dat wat tijdens de schooluren gebeurt.


•    Programmeer flexibel en sluit aan op noden, wensen en behoeften van kinderen, jongeren en hun ouders

Zorg als Brede School voor een flexibel programma dat inspeelt op de behoeften van de verschillende groepen kinderen en jongeren. Daarbij aansluiten op noden, wensen van kinderen, jongeren en hun ouders is belangrijk. Bevorderen van participatie van kinderen en jongeren is ook een aanbeveling bij de proefprojecten. Dit omdat participatie een belangrijke voorwaarde voor kwaliteit is (bron).

Community involvement (p 7. in bron)
Although a number of area-based initiatives in education and training recognize the need for community involvement, in practice the vast majority have been dominated by the views and priorities of professionals. This often means that they have been unable to develop an understanding of how people live in an area and what they need. Equally, they have been unable to call on the resources of local people to tackle their own problems. Area-based initiatives need to find ways to access the views of local people and to take these into account in constructive ways. Local professionals cannot simply impose what they think are the right “solutions” for an area. Unless local people support these activities too, they may simply never opt-in to anything the initiative tries to do.

Finally, we believe that, when schools work with children, families and communities, particularly in disadvantaged contexts, they have tob e aware of what we have called the ‘political’ implications of their actions. They have to move away from a model of delivering support to ‘needy’ people. Instead, they have to work alongside children, families and communities in ways that are characterized by relational power, mutual respect and the coproduction of solutions to the problems they face. This in turn implies a refocusing from ‘needs’ to ‘assets’ and is more likely to happen where the work of schools with disadvantaged individuals and groups is seen as part of the wider task of building better communities and societies. (p. 130 in bron)

•    Zorg voor kwaliteit

Een kwaliteitsbeleid voor de Brede School maakt dat op alle vlakken de kwaliteit bewaakt wordt. Het gaat over kwaliteit van de georganiseerde activiteiten, het aanbod, de wijze waarop gewerkt wordt, bijvoorbeeld tijdens de lessen, hoe lesinhouden geïntegreerd worden tijdens de schooluren. Hoe de link gelegd wordt met dat wat buiten de school gebeurt, etc. Uit de bevraging van de Vlaamse proefprojecten Brede School (bron) blijkt dat wanneer partners beginnen samen te werken in de Brede School méér samenwerking (kwantitatief) ontstaat, maar ook dat de kwaliteit van de samenwerking groeit: de samenwerking wordt systematischer, gestructureerder, meer eisen, er wordt gerichter gewerkt. Door de Brede School worden de activiteiten die georganiseerd worden krachtiger. Er wordt door de verschillende partners samen nagedacht hoe men de kwaliteit kan verhogen, hoe in activiteiten die los van elkaar georganiseerd worden toch een gemeenschappelijk doel (bijvoorbeeld sociale vaardigheden of taalvaardigheid) gerealiseerd kan worden vanuit een gezamenlijke visie en aanpak (bron).
Een Brede School maakt mogelijk dat jongeren in het secundair onderwijs zich veel meer bewegen in de ‘echte wereld’ en contact hebben met levensechte contexten. Leerstof wordt zo levensecht en leerkansen vergroten: het leerproces wordt ondersteund door externen, de sociale betrokkenheid van leerlingen verhoogt (bron).
In het kwantitatieve luik van de impactbevraging (bron) geeft circa 66% van de respondenten aan dat de Brede School ervoor zorgt dat het activiteitenaanbod in de school en buurt doelgerichter is en beter inspeelt op bepaalde noden, meer gericht op het bereiken van ontwikkelingskansen van kinderen en dat het aanbod beter afgestemd is op elkaar.

•    Stuur professionaliteit

Professionaliteit heeft betrekking op de houding van basiswerkers in de Brede School (leerkrachten, jeugdwerkers, begeleiders van activiteiten). “Wat wil ik waarom bereiken en hoe doe ik dat zo doelmatig mogelijk staat centraal. Uit de impactbevraging (bron) blijkt dat wanneer leerkrachten betrokken worden, de Brede School effect heeft op hun visie. Leerkrachten ontdekken zelf het belang van breder werken, de noodzaak van ouderbetrokkenheid, de criteria voor een kwaliteitsvolle samenwerking met externen, mogelijke werkvormen die gehanteerd kunnen worden om kinderen en jongeren meer aan te spreken en te betrekken, hun beeld van kinderen en jongeren verbreedt, …


•    Bewerkstellig een integrale aanpak

Integraal werken wordt sterk gepromoot binnen Brede Scholen. Maar dit in praktijk realiseren is niet altijd evident. Toch is het een meerwaarde wanneer iedereen gezamenlijk betrokken werkt aan het bereiken van de doelen van de Brede School. Externe begeleiders die bijvoorbeeld eenmalig naschoolse activiteiten organiseren, leerkrachten, welzijnswerkers: als iedereen aan hetzelfde zeel trekt, wordt het werk krachtiger. Een integrale aanpak heeft ook te maken met respect tussen disciplines en het gebruiken van eenzelfde taal (bron).

Bredeschoolcoördinatoren (bron) vinden dat in vergelijking met voor de bredeschoolwerking meer samengewerkt wordt en uitgewisseld tussen verschillende organisaties.

•    Bouw het aanbod uit

In Nederland stelt men dat een minimumnorm van wekelijkse activiteiten of 120 uur aanbod op jaarbasis nodig is om effecten op de ontwikkeling van kinderen te bewerkstelligen. De proefprojecten Brede School laten zien dat samenwerkingsverbanden in eerste instantie inzetten op het vergroten van het aanbod: nieuwe activiteiten, meer mogelijkheden (verbreden). Gaandeweg wordt de kwaliteit van dat wat men organiseert onder de loep genomen. Wanneer samenwerkingsverbanden langer lopen gaan ze inzetten op versterken en breed leren. Het palet aan wat Brede Scholen doen verandert (bron).

•    Bevorder deelname

In het Nederlandse onderzoek (bron) beveelt men aan om ervoor te zorgen dat minimaal de helft van de leerlingen deelneemt. Het aanbod moet natuurlijk daar op afgestemd zijn. Deze aanbeveling heeft te maken met een “minimum”aanbod aan uren dat nodig is opdat een interventie (deelname) effect zou hebben. De bevraging van Vlaamse proefprojecten (bron) zoemde ook in op het aanbod: is het diverser? Een kleine meerderheid van de respondenten (54%) meende dat de samenwerking voor een gevarieerder aanbod zorgt waarbij een grotere diversiteit aan groepen wordt bereikt. Hier liggen dus nog uitdagingen voor werkingen.

•    Investeer in de organisatie

In de evaluatie van de proefprojecten (bron) stelden we vast dat een coördinator voor het samenwerkingsverband onontbeerlijk is. Daarnaast moeten de verschillende partners zich ook echt engageren in het samenwerkingsverband en aansluiting vinden bij de eigen doelen van de organisatie. Een win-win creëren is een noodzakelijke voorwaarde om tot een goede samenwerking te komen. En het is ook van belang om verantwoordelijkheden af te bakenen (bron). Middelen hebben dus betrekking op tijd en personeel.

•    Een Brede School moet groeien

Dit blijkt uit de proefprojecten, maar ook uit ervaringen van Brede Scholen en andere gelijkaardige initiatieven.

Area-based initiatives: perserverance and long-term planning
Many area-based initiatives in education and training have typically been funded only for a few years and then abandoned in favour of the next initiative. This has made it difficult to develop long-term strategies, or for small improvements to be built up over time and to lead to more fundamental change. It can also make potential partners unwilling to “give their all” to an initiative which they know will not last. Professionals and policy makers need to think long-term. This is not just in terms of building up to bigger outcomes, but also of building the capacity across partner organisations to sustain an initiative over time. (p. 7 in bron)   

Sustainability
Many of them pointed to a tension, if not contradiction, between the importance of full service and extended schools in national policy, the seriousness with which schools and local authorities were setting about the development of provision and the limited and short term nature of the funding stream available to support them.Put Bluntly: many schools saw their full service provision as integral to their mission, yet the funding mechanisms to which they had access continued to treat it as a peripheral activity.(p. 65 in bron)